Organisatieontwikkeling

Organisatieontwikkeling

➢ Kun je een inschatting maken op een schaal van 1 tot 10;

  • in welke mate medewerkers de dagelijkse taken kunnen koppelen aan de middellange en lange termijn bedrijfsdoelen?
  • in welke mate worden kaders uitgewerkt in regels en richtlijnen?

➢ Hebt je een beeld van de omvang van de (on)geschreven regels en richtlijnen?
➢ Hoe ziet de communicatiestructuur eruit?
➢ Wat is “done” en “not done” in jullie communicatie(structuur)?
➢ Welke waarden streeft de organisatie na?
➢ Kennen de medewerkers deze waarden en kunnen zij benoemen op welke manier zij deze nastreven?

Dit zijn enkele vragen die inzicht geven in de bestaande situatie. Vervolgvragen richten zich op de tevredenheid over het antwoord. In wezen proberen wij door vragen te stellen, je eigen inzicht op de situaties te vergroten of te verschaffen.

Als de eerste vraag onder een zeven scoort en de tweede boven een vijf, bestaat de kans dat medewerkers dagelijks moe naar huis gaan. Zodra mensen geen relatie kunnen leggen tussen hun dagelijkse taken en lange termijn (bedrijfs)doelen is de kans op stress groot. Er ontstaat een gevoel van sleur en onderwaardering van zichzelf en gevoelsmatig ook van anderen. De burn-out ligt op de loer, maar ook samenwerkingsproblematiek vanuit niet nader definieerbare onvrede.

De kans dat medewerkers initiatieven nemen ter verbetering van de resultaten is dan ook vrijwel nihil. Innovatie is van iemand anders en bijdragen aan een positieve bedrijfscultuur ook.

Werkplezier en energie ontstaan als je weet op welke manier je dagelijkse werk toevoegt aan het gezamenlijk te behalen resultaat. In wezen gaat het over zingeving.

Als je eigen bevindingen aanleiding zijn om iets te veranderen, bespreken wij de Cozes mogelijkheden die aansluiten bij jouw context.

Het kan ook zijn dat er aanleiding is om meer medewerkers te spreken voor een nadere analyse.

Vragen aan medewerkers zijn onder meer;
➢ Kun je in een percentage uitdrukken;

  • hoeveel van je dagelijkse taken voorgeschreven zijn?
  • in welke mate de handelswijze in de uitvoering van deze taken is voorgeschreven?
  • bij hoeveel taken je weet waarom die zo zijn?
  • bij hoeveel handelswijzen je weet waarop die zijn gebaseerd?
  • bij hoeveel dagelijkse werk je uit kunt leggen dat het aansluit bij de bedrijfsdoelen voor de middellange en/of lange termijn

➢ Denk je dat de handelswijze anders zou kunnen? Beter, sneller, prettiger?
➢ Kun je invloed nemen om tot een verandering te komen?
➢ Weet je wie de handelswijzen, voor zover er (on)geschreven regels en richtlijnen voor zijn, hebben gemaakt?

Ons aanbod